Overweging van Wim Rigters.

Jeremia 20,7-18 en Matteüs 16,21-27

Thema: Mens, durf te leven !

“Heer, U hebt me verleid; ik ben bezweken” Deze beginwoorden van de eerste lezing roepen bij mij herinnering op aan de dag dat ik als pas-gewijde priester – als neomist – de ‘eerste mis’ mocht doen in mijn thuisparochie in Delft. De kapelaan die ik gevraagd had de preek te houden, begon met deze woorden, die toen zo klonken: “God, U hebt mij verleid, en ik heb mij laten verleiden”.

Nu – 53 jaren later, mocht ik onlangs mijn 81e levensjaar beginnen; een oudere zus schreef me: “Je wordt wel 80, hè! Ik ben het al lang en er verandert niks, hoor. Ik moet nog zien de 90 te halen!” . . .  Ja, en zó is het. Hoewel - en ik denk dat velen van u wel zullen herkennen, terugkijkend, wat je op zo’n moment dan doet - ik tegelijkertijd dacht: is dat wel zó? Er is best wel veel veranderd, op allerlei gebied in mijn leven: in mijn relatie tot andere mensen, in mijn manier van leven, in mijn relatie tot kerk en mijn geloven, in mijn relatie tot God. En zonder nou dramatisch te willen doen, kan ik zeggen dat er best wel momenten geweest zijn, waarop de woorden van Jeremia vandaag de mijne konden zijn. . . .  Misschien overkwam die gedachte u ook bij het horen van de eerste lezing.

Eigenlijk had ik dat óók bij de evangelielezing: de verzen er vóór hoorden we vorige week: “U bent de Messias, de zoon van de levende God!” en “Jij bent Petrus; op die steenrots zal ik mijn kerk bouwen”. En vandaag: “God beware U, Heer! Dat mag U niet over komen” en “Weg daar, achter mij, satan. Je bent een struikelblok voor mij, want jouw gedachten zijn niet Gods gedachten.”  . . . En dat overkwam Petrus vaker: alléén al in die ene nacht: toen Jezus tegen hem zei: “Ik verzeker je, nog voordat de haan kraait, zul je me driemaal verloochenen”; en Petrus: “ook al moet ik samen met u sterven, ik zal u niet verloochenen”. En inderdaad – even later trok hij zijn zwaard om Jezus te beschermen, maar sloeg ook met de andere op de vlucht en klonk het driemaal: “Ik ken deze man niet!” en “hij ging naar buiten en huilde bittere tranen”. . . . 

Onze tekst uit het Matteüsevangelie vandaag is een cruciale passage in dat evangelie. Ruim vijftien hoofdstukken is Jezus onderweg. Dan wordt de vraag gesteld wie Jezus nu eigenlijk is. Als na een aantal pogingen blijkt dat hij de Messias zelf is, de Gezalfde die komt van Godswege, verbiedt Jezus de leerlingen daarover te praten met anderen. Vanaf nu – zo staat het ook letterlijk in de tekst -  verandert de kleur en toon van de teksten. En vandaag wordt duidelijk hoe dat komt: Jezus vertelt zijn leerlingen dat hij veel zal moeten lijden, zal sterven en verrijzen. Pijnlijk helder schetst Jezus de weg die hij zal moeten gaan. Tegelijk is dat voor de leerlingen niet makkelijk te verteren. Zoals zo vaak lijkt Jezus’ weg door het leven onnavolgbaar voor ons. In de persoon van Petrus  verwoordt Matteüs dit letterlijk.  Petrus verzet zich tegen de gedachte dat Jezus zal sterven. Hij wil er niet aan, en wil het verhoeden. 

De schriftteksten van vandaag laten ons zien hoe moeilijk het is om te zien hoe onze levensweg zal gaan, om te aanvaarden dat er schaduwkanten aan zitten. Iedereen ken - denk ik - wel momenten in zijn, haar leven - ik noem het maar ‘Calimero-momenten’ – van ‘zij zijn groot en ik ben klein, en da’s niet eerlijk!’ . . . van ‘waarom overkomt dit mij? Waarom moet ons dit treffen? Waarom schiet ik zo vaak tekort? . . . .

Wellicht zijn ze geen antwoord, maar ik versta ze wel zó – tegen wil en dank: De woorden van Jeremia: “maar dan laait er een vuur op in mijn hart, het brandt in mijn gebeente. Ik doe alle moeite om het in bedwang te houden, maar het lukt me niet.” En de slotwoorden van het Johannes-evangelie: “Nog een derde keer vroeg Jezus: “Simon, zoon van Johannes, houd je van Mij?” Het deed Petrus pijn dat Hij hem voor de derde keer vroeg of hij van Hem hield, en hij zei: “Heer, U die alles weet, U beseft toch wel dat ik van U houd”. Daarop zei Jezus: “Zorg dan voor mijn schapen” en . . . “Volg mij.”

Vorige week zondagavond - het programma Zomergasten, met de schrijver Ilja Leonard Pfeijffer -  de laatste vraag: Waar gelooft Pfeijffer zelf nog in? . . . zijn antwoord: “Dat het mogelijk is om een goed mens te zijn, al kun je maar kort of voor weinig mensen iets betekenen. Als je dat geloof verliest, is het minder de moeite waard om te leven.”

Mens, durf te leven!