Overweging va Ineke van Cuijk o.p.

Lezingen: Genesis 18, 1-5; en Matt. 28, 16-20.

Hoogfeest van de H. Drieëenheid.

Op het feest van de heilige Drie-eenheid vieren wij een geloofsmysterie dat maar moeilijk te verwoorden is. En tegelijk is het een mysterie dat wij dagelijks (de meesten van ons) onder woorden brengen. Iedere keer dat wij een kruisteken maken en zeggen: In de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest, benoemen wij die Drie-eenheid van God. Het is een hele korte en compacte geloofsbelijdenis: de Ene God is Vader, Zoon en Heilige Geest. EEN God die zich op verschillende wijzen door ons laat kennen. Zij horen bij elkaar. God wordt vertegenwoordigd met en in Zijn Zoon en met de Heilige Geest en als wij Jezus horen spreken in de Schrift spreekt Hij nooit ‘alleen’- Hij is altijd verenigd met Zijn Vader én de Geest. 

Het lastige voor ons mensen van vandaag de dag is – dat wij alles willen begrijpen, snappen. En het gevaar is dat wij in de war raken omdat wij geneigd zijn het op een verstandelijke wijze te pakken – als een soort wiskundige formule – en dan komen wij in de knoei: EEN natuur en drie personen. Wij kunnen er ons verstand over breken. Gisteren las ik in een boekje DE SMAAK VAN STILTE: ‘antwoorden maken het mysterie alleen maar kleiner’. Maar we weten inmiddels ook – het gaat niet om wiskunde – het gaat om doorleefd geloof. Het mysterie van ons geloof, waarvan dit het centrum is, is als een verblindend licht. Het is alsof je recht in de zon kijkt. Dat is slecht voor je ogen, dat moet je niet doen, dan wordt alles duister. Maar wat wij wel kunnen doen, is met het licht van de zon meekijken, naar wat er verlicht wordt. Wij worden vandaag uitgenodigd om verschillende verschijningsvormen van God te ontdekken. Wij cirkelen wat rondom dit mysterie. 

Abraham en Sara krijgen bezoek van drie personen, drie engelen. Zij worden gastvrij onthaald zoals dat betaamt in die tijd en wij weten dat dit bezoek verstrekkende gevolgen krijgt. Abraham heeft genade gevonden in de ogen van de Heer, er stroomde rijkelijk water, een heerlijk gastmaal werd bereid en Abraham en Sara krijgen de aankondiging van een zoon die volgend jaar geboren zal worden. Vader, Zoon en Geest zijn vertegenwoordigd in dit hoogstaand bezoek (Willem vertelde er al over). Vader bron van alle leven en van alle goedheid. De Zoon luisterend aanwezig, overgave aan God. De Geest als trooster. 

Hoe onbegrijpelijk de werkelijkheid van God ook is, God is aanwezig, dicht bij ons, in ons. Wij allen zijn geborgen in die God. Het feest van de H. Drie-eenheid is meer dan nadenken over hoe Vader, Zoon en Geest zich verhouden. 

Dit feest maakt ons bewust van de kracht, de dynamiek die van God uit gaat. Zij zet ons in beweging, zij is oorsprong van ons bestaan, van een Vader die altijd zegt: Ik ZAL ER ZIJN!! In de Zoon zien wij hoe dit handen en voeten én een stem heeft gekregen. En de Geest heelt wat is gebroken, zo zullen wij straks belijden in de Geloofsbelijdenis. 

Vorige week met Pinksteren hebben wij het gevierd: dat Gods Geest dichtbij ons is. Hij/zij is met ons en onze wereld vanaf de eerste dag. En voor ons ook vanaf de dag van onze doop. Die Geest verbindt ons met Vader en Zoon. De Geest wordt vaak afgebeeld als een duif – teken van Vrede. God is te groot voor het eenvoudige telwoord: EEN. God openbaart zich aan ons op ontelbare wijzen: in een kind dat geboren wordt, in iemand die rustig en vredig de laatste adem uitblaast, in een weids vergezicht langs de rivier, in alle bomen en struiken en bloemen die zich nu, in dit jaargetijde aan ons tonen. Gods warmte kunnen wij herkennen in het vuur waarmee mensen ons laten zien hoe de wereld bedoeld is. 

Wellicht herinnert u zich nog de bijeenkomst op 4 mei op de Dam dit jaar. Een jonge vrouw Amara van der Elst hield een indrukwekkende voordracht. 

‘Er is gevochten en gevallen waar ik nu sta, 

ogen nog vochtig in dankbaar bestaan; 

bewust van verleden, wijzer in het heden; 

de pijn morgen nog steeds niet volledig verdwenen; 

er zijn wonden onder de huid die niet helen; 

nog honderden ongehoorde verhalen te delen; 

je hoort de echo in de stilte’.

Op dit soort momenten – en u kunt zelf genoeg aanvullen – waar woorden indruk maken, iets laten zien van een werkelijkheid die eigenlijk niet onder woorden te brengen is. Dan word je stil en hoeft er niets meer gezegd te worden.

STILTE – zo’n stilte mag ook vallen als wij over GOD in drie personen praten. 

De Evangelist Mattheus schrijft 28 hoofstukken vol over zijn ervaringen, ontmoetingen, verhalen en parabels over Jezus. Hij sluit zijn Evangelie af met de perikoop van vandaag. Een laatste ontmoeting met Jezus, met de opdracht: Ga, maak alle volkeren tot leerling, doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

Het mysterie GOD is onvoorstelbaar en onuitsprekelijk groot. Er zijn vele beelden, woorden verhalen om over God te spreken en ze schieten ook altijd te kort. Maar laten we vooral – op tijd en plaats - God ter sprake brengen in onze gebroken wereld. Onderling, in alle openheid en onbevangenheid. Dat hebben wij vandaag de dag in onze wereld zo hard nodig. 

God, bron van ons bestaan – God bij ons – Jezus, onze broeder en metgezel. God die woont in ons hart – Heilige Geest, Hij/Zij is in ons.

Een mysterie mag je voluit voelen, ervaren, beleven. En natuurlijk hebben wij woorden nodig om elkaar te vertellen wat ons raakt, maar soms raakt ons niets meer dan STILTE.