Overweging van Jan van der Wal.

Hand. 1, 1-11, en Lucas 24, 46-53.

Thema: De toekomst is begonnen ....

De Hemelvaart van Jezus is voor veel kunstenaars aanleiding geweest om prachtige schilderingen te maken van die heel bijzondere gebeurtenis, die de apostelen na Jezus’ Verrijzenis hebben meegemaakt. 

Jezus wordt afgebeeld tegen een staalblauwe hemel, zijn lichaam zweeft al door de lucht, recht omhoog, oneerbiedig zou ik zeggen, bijna als een raket. En de apostelen staan met open mond, vol verbazing Hem na te staren. 

Ook in onze katholieke kerken vroeger, werd tijdens de viering van de Hemelvaart op ludieke wijze een groot  kruisbeeld van Jezus aan een touw opgetrokken, ten teken van dit grote gebeuren. Zo konden de gelovigen zien, de meesten konden niet lezen, hoe Jezus ten hemel is opgevaren. 

Zo zweefde Hij dan enige momenten tussen hemel en aarde. We kunnen ons dat misschien voorstellen als we een vliegreis maken, en vanuit de raampjes naar buiten turen. We zijn los van de aarde, maar de hemel is toch nog ver weg.

Het is voor ons mensen, vroeger en tegenwoordig, immers moeilijk voorstelbaar hoe die Hemelvaart praktisch in zijn werk is gegaan. Jezus’ hemelvaart is echter niet uniek, maar past in een traditie, waarin grote profeten onsterfelijk worden. 

De oude Joodse verhalen over de hemelvaart van Elia in een vurige wagen, of de tenhemelopneming van Mozes op de berg Nebo, zijn voorbeelden van levens die zo door God doordrongen zijn, dat het onvoorstelbaar is dat God hen aan de dood zal overlaten. De verheerlijking op de Berg Tabor van Jezus is een ander voorbeeld van een momentopname in Jezus’ leven waarin Gods liefde zijn bestaan zo doorgloeide, dat hij schitterde van licht. En uiteraard - de Tenhemelopneming van Maria - past geheel in deze traditie van heilige mensen die zo van Gods liefde vervuld waren dat de dood geen vat op hen heeft.

Belangrijk is op te merken dat wij de termen van ‘hemel’ en ‘aarde’ in onze taal zijn gaan overnemen: in de zevende hemel zijn, dat betekent overgelukkig zijn, maar ook ver in een hemelse sfeer zijn doorgedrongen. Of zo’n uitdrukking als ‘in de wolken zijn’ duidt een heel gelukzalig gevoel aan. 

Hemel duidt niet alleen een ruimte aan, hemel duidt ook een richting en een onbeperktheid aan, die ons mensen kan verlossen van al te aardse beslommeringen. Naar de hemel gaan betekent zoveel als: vrij zijn van lichamelijke beperktheden, licht en ongebonden zijn, niet meer gehinderd door aardse zorgen. Naar de hemel varen betekent dus: toekomst hebben buiten ruimte en tijd, in een andere dimensie terechtkomen, verlost zijn.

Staarden we vroeger vaker naar de hemel, zoals die Galileeërs al deden, als de ruimte waarin Gods rijk zich uitspreidt, en werden we door de kerk nadrukkelijk gewezen op ons hemelse vaderland, daarentegen horen we nu heel weinig over dat rijk der hemelen. Veel vaker zijn we gewend geraakt om in plaats van naar de hemel te staren, om naar de grond te staren, het aardse met al zijn zorgen, wisselvalligheden te overwegen, verlokkingen en verleidingen te koesteren.

En ons dan vooral te bekommeren of we het hier wel goed hebben, of zelfs nog beter kunnen krijgen, of we wel tot ons recht komen, of we gehoord en gezien worden, erkenning ontvangen, het avontuur, de uitdaging willen aangaan... 

Met Jezus’ Hemelvaart is de toekomst begonnen, die nog steeds duren zal. Gaan we zijn spoor achterna door onvoorwaardelijke liefde te geven en trouw aan elkaar te zijn? Kunnen we onze zorgen regelmatig opzij zetten? Verzaken we aan al die verleidingen die ons leven kleur en smaak lijken te geven? Maar die van kortere duur zijn. Want ach: het leven is soms grillig en onverwacht wreed. ‘Ars longa, vita brevis’.

Dan zijn we weer terug bij de kunst: het leven is kort, lang duurt de kunst. 

Het belangrijkste van veel van die hemelvaartschilderingen is niet Jezus als raket, maar zijn voetafdrukken die Hij voor de laatste maal op aarde achterlaat. Jezus is ten hemel opgevaren, maar Hij heeft op aarde toch zijn sporen nagelaten. 

Dat kunnen we plastisch zien aan die voetafdrukken, die op die schilderingen zijn afgebeeld als Jezus ten hemel opstijgt. Die voetafdruk is niet voor niets afgebeeld: Jezus is wel in de hemel opgenomen, maar zijn afdruk, zijn spoor blijft op aarde zichtbaar, is tastbaar aanwezig onder ons. 

Wij kunnen zijn sporen nagaan, wij hebben weet van zijn leven, zijn ijver en zijn offers, zijn lijden en sterven; wij hebben weet van zijn verrijzenis en verheerlijking als een dierbaar oud verhaal, een levende herinnering die wij telkens weer levend houden in onze kerkgemeenschap. Wat doen wiĵ ermee, welk spoor willen wij op aarde achterlaten?

Namelijk dit: door elkaar onze verhalen van leven en van dood, van ondergang, ziekte, verdriet, van ontrouw, verzoening en glorie te vertellen, telkens weer; maar wel tegen de achtergrond van het leven van Jezus, doordrongen als Hij was van heilige geest, en van al die heilige vrouwen en mannen die Hem voorafgingen en na Hem leefden.

Dan zijn wij bezig ons leven een passend kader te geven dat de seculiere samenleving zo mist. Zo leven dat wijzelf onze toekomst vinden in die verhalen van toen: dat er steeds doortocht is, dat wolken ons leven weliswaar versluieren, maar nooit verduisteren kunnen. Want de hemel en de kerk zijn er gelukkig altijd nog, ook al zien die er nu wel anders uit dan vroeger.

Elkaar verhalen vertellen doen wij ook vandaag. En die afdruk, dat spoor dat Jezus achterlaat, zal ons doen herinneren aan onze eigen opdracht: om ook hier op aarde ons leven bewoonbaar te maken in het spoor van zijn Geest, een beetje al zoals wij geloven dat de hemel er nu uit moet zien. Zo verwijzen wij als christenen naar die hemel.

Dan vertellen we aan elkaar opnieuw dat oude verhaal van die goede boodschap van redding en doortocht, dan leven we al in dat Rijk Gods. Lucas ging ons voor in zijn Evangelie en Apostelverhaal en wees ons erop dat het Rijk Gods midden onder ons is. Aan ons dus gegeven om dat Rijk der Hemelen waar Jezus zo vaak over sprak, zo gestalte te geven, dat het werkelijkheid kan worden onder ons. De toekomst is nu begonnen.

Amen.