Overweging van Hans Hamers o.p.

Gen. 1 en 2; Jes. 35, 1-4; en Lucas 24, 1-12.

In de veertigdagentijd hebben we met het thema “Herschep ons hart – behoed de schepping” geleefd. Vandaag gaat de eerste schrifttekst over het ontstaan van de schepping en eindigen we met de onrust in het hart, verwarring en onbegrip bij het lege graf. Het herscheppen van het hart, dat staat te gebeuren, met het doormaken van Pasen.

Wij mensen maken deel uit van de schepping. Deze is een voortdurend gebeuren van leven en dood gaan. Wij zitten daar midden in, tussen aanhalingstekens, klem tussen geboren worden en dood gaan, tussen onschuld van een net geboren kind en sterven als een mens die tekortgeschoten is. ‘Zondig’. Je zou kunnen zeggen: een leven van Kerstmis naar Goede Week. Maar daarop volgt Pasen, het mysterie van de opstanding van Jezus!

Jezus leven, zijn hele optreden, we vieren dat wekelijks, heeft een breuk bewerkstelligd. In sociaal opzicht: hij verheft de zwakken, doet het werk van een slaaf zoals voeten wassen. Ook in spiritueel opzicht zet hij de zaak op de kop: de verhouding tot God, want Hij is gezonden door de Vader, hij ís van de Vader. Zo lezen we uit de Schrift. Alleen dat al is baanbrekend. Mensen die hem meemaakten wisten dat, en hij werd met jubel ingehaald, maar die gezonden Zoon wordt ook verworpen, moet lijden, zelfs extreem, en blijkt net zo sterfelijk als alle andere mensen, en lijkt net geklemd te zitten tussen geboorte en dood. Hoezo Zoon van God? Totdat blijkt op die Paasmorgen dat het gebeuren van leven en dood, waar Jezus ook deel van uitmaakt, toch anders blijkt te kunnen zijn. Het wordt aangezegd door twee mannen in stralend witte kleren dat hij niet is te vinden in het graf bij de doden, maar bij de levenden. Hij is opgestaan, verrezen, hij lééft.

Dit is niet te bevatten. Dit Paasmysterie van geboorte, lijden, sterven én verrijzen hoeven we ook niet te begrijpen (wijs op hoofd). We mogen en worden ook uitgenodigd, hier nu, om ons erdoor laten raken. Zoals we met de Kerst geraakt worden door het onschuldige kind, dat God ons zendt als teken van zijn liefde en betrokkenheid bij de mensen, zo mogen we ons ook laten raken door zijn verrijzenis als teken van liefde! Om te beseffen dat Gods bemoeienis met ons mensen met de dood niet stopt, maar voortgaat, en er ook al was toen we er nog niet waren.

Is het Paasmysterie zo te vatten, gelovig te vatten? Hopelijk. Laten we dan proberen elkaar te sterken en te bemoedigen als we geraakt worden door het mysterie van Pasen. We mogen daarin groeien, stap voor stap. Ieder jaar wordt het tenslotte Pasen. We worden opgeroepen om dit in ons op te nemen met heel ons hart, met lijf en leden, ten diepste hierin mee te gaan, dan kunnen we ons laten bevrijden. En dat na een bevrijding een nieuw begin mogelijk is.

We worden uitgenodigd dit mysterie van Pasen, dat Jezus is verrezen, de verrezen Christus; van die waarheid mogen we getuigen, die boodschap: zegt het voort, het leven is sterker dan de dood, want God is bij ons. Dan kunnen we wellicht hele grote stenen wegrollen die ons benauwen, en ingeklemd houden in een orde die slechts zou bestaan uit leven en dood. Bij onszelf en anderen.

Als we elkaar straks een Zalig Pasen wensen, dan drukt die wens wat mij betreft dát uit, om verder in het Paasmysterie in te groeien. 

Nu, in de paasnacht, verkeren we nog deels in ontzetting en verwarring. Maar we mogen toch ook al een beetje jubelen en juichen dat Jezus leeft, dat de dood niet het laatste woord heeft, ook dat hij onder ons is. Zo mogen we leven in Gods genade. Het is er al. Kijk maar, de paaskaars brandt.