Overweging van Wim Rigters.

Lezingen: Jesaia 61,1.2a.10, Tessalonicenzen 5,15-24, Johannes 1,6-8.18-28.

Thema: “Een stem die roept in de woestijn” . . . 

Ik ben tot nu toe één keer in mijn leven in een woestijn geweest: op vakantie bij mijn zus in Canada, bij Drumheller – als ik me goed herinner. Bezienswaardig! moest je gezien hebben! fossielen van dinosaurussen waren er te bewonderen, en daarna weer gauw er uit weg.

Toeristen verblijven wel één nachtje in de woestijn, vanwege de bijzondere ervaring van temperatuurverschil overdag en ’s nachts en de overweldigende sterrenhemel.

Maar léven ín de woestijn is – getuige de prachtige films van EO en ‘Love Nature’ – alléén weggelegd voor dieren – niet veel en vooral ’s nachts.

Overweging van Peter Nissen.

Lezingen: Jesaja 40,1-11 en Marcus 1,1-8, (Willibrordvertaling)

Thema: ‘Vol verwachting klopt ons hart.’

Misschien hebt u het de afgelopen weken ook regelmatig gezongen, misschien gisteravond nog wel. Het is allemaal een beetje anders door de pandemie, maar Sinterklaas heeft ons toch wel beziggehouden.

Vol verwachting klopt ons hart. Misschien zegt u dan ook wel over hoe het verder zal gaan met de coronamaatregelen. Zullen er de komende week weer nieuwe richtlijnen bij komen of zullen de regels juist soepeler worden? Wordt het nog ooit weer normaal? Wanneer mogen wij elkaar weer een hand geven, wanneer weer omhelzen, wanneer weer zoenen?

Overweging van Kees Scheffers.

Jesaja 63, 16b-17 + 19b + 64, 2b-8; en Marcus 13, 33-37.

Thema: God ziet naar ons om. Een leven lang wacht ik ...

Lieve  mensen, de eerste lezing is een klaaglied ; van Jesaja. 

Het volk is terug gekomen uit de ballingschap maar wordt vijandig benaderd door de indertijd achtergebleven bevolking. Ik denk dan, in onze tijd, aan de Joden , die terugkeerden uit de kampen.   Vreemde mensen in hun huizen. Opnieuw is er gebrokenheid en ontgoocheling en vijandschap. 

En ik hoor hun vragen en ik merk: het zijn ook onze vragen.

Waarom God ?? 

Overweging van Jan van der Wal.

Lezing: Ezechiël 34, 11-12, 15-17.

Thema: Christus Koning van het heelal.

In een tijd dat Israël een grotendeels agrarische samenleving was, vormden herders, handwerkers en handelslieden een uitzondering. Herders zwierven door het hele land op zoek naar weidegrond voor hun kudden. Ezechiël die leefde aan het begin van de ballingschap in Babylonië, trok met het weggevoerde volk mee en werd daar geroepen tot het ambt van profeet. Tegenover de verstrooiing van de slechte herders die hun volk niet hebben gehoed, plaatst Ezechiël de goede herder die recht doet aan zijn schapen door de kudde te verzamelen. 

Het bijzondere is dat hij God als rechtvaardige herder laat optreden nu de leiders het volk in de steek hebben gelaten. God zoekt de kudde op. Hij geeft alle dieren die onderling zo verschillen, zelfs gelijke en passende aandacht. Want alle dieren willen er in hun verschillen toch bij horen. Veiligheid en rust worden beloofd als de kudde weer bijeen is gebracht. Een visioen van vrede wijst vooruit naar een toekomstig Rijk.

Overweging van Wim Rigters.

Lezingen:  Spreuken 31, 10-31 (ingekort) en Matteüs 25,14-28

Thema: “Alléén sámen . . . .” 

“Wij zijn de Verenigde Staten en SAMEN is er niets dat we niet kunnen doen, zolang we het SAMEN doen” – sprak de vooralsnog nieuw gekozen president Biden. – en hier in ons land horen we al maanden onze leiders roepen onze leiders roepen: 'Alleen samen krijgen we corona onder controle'. Ik gun ze van harte dat ook zij eens te horen zullen krijgen: “Uitstekend, goede en trouwe dienaar!”. Maar zó verband leggen tussen de lezingen van vandaag en het door ons gekozen thema is misschien wat al te simpel. 

Tja, die lezingen van vandaag, zó overbekend!

Die ‘sterke vrouw”, dat moet wel een super-woman zijn; en die ‘heer en zijn dienaren’ dan: moeten we dan toch zoveel mogelijk geld verdienen en vooral de banken spekken?

De tekst van de eerste lezing is de slottekst van het boek Spreuken -  weliswaar een ingekorte versie van die tekst, maar de liturgische richtlijnen laat er nog minder van over dan onze keuze. Maar toch heb ik spijt dat we vers 30 hebben weggelaten, waar staat: ‘Bevalligheid is bedrieglijk, schoonheid vluchtig, maar een vrouw die de Heer vreest, moet worden geroemd”. In de openingstekst van hetzelfde boek staat: ’De vrees voor de Heer is het begin van de kennis, wijsheid en discipline worden door de dwazen verworpen’. Sommige exegeten denken dan ook dat met de sterke vrouw bedoeld is ‘Vrouwe Wijsheid’, die niet bang is voor de Heer, maar eerbied heeft, eerbied heeft voor hoe de Eeuwige wil dat wij leven. En dat geldt voor ieder mens.

Overweging van Hans Hamers o.p.

Johannes 13, 33-36; 14, 1-3

Heeft u het parochieblad gelezen? Op de achterpagina, waar normaal het vieringenrooster staat, daar staat nu een gedicht van Leonita Gerssen ter gelegenheid van Allerzielen. Ik lees een paar regels voor:

Uit machteloosheid 

Schreeuw ik jouw naam 

Soms, heel alleen 

Verwerk ik jouw naam 

Met al mijn liefde

Dit is het middengedeelte van het gedicht. Voorafgaand aan dit fragment is het een klaagdicht zoals Uit machteloosheid Schreeuw ik jouw naam, maar met het Soms, heel alleen, verwerk ik jouw naam Met al mijn liefde, wordt een andere toon aangeslagen. Er wordt iets aangeraakt waardoor het daarna een troostgedicht wordt, een troostgedicht voor wie verdriet heeft over het verlies van een geliefde. 

In het fragment wordt ook in de laatste woorden de liefde aangeroerd: “Verwerk ik jouw naam, met al mijn liefde”. Als je het hele gedicht leest, dan is duidelijk dat met die naam de verloren geliefde bedoeld wordt. 

Aan dit gedicht is de catastrofe van sterven van een geliefde voorafgegaan. Hoe pijnlijk was het, de aanloop, de schok, de ontreddering, het eerste besef van ‘nooit meer …..’! Een crisis waarin het bestaan van alle geliefde betrokkenen, de stervende en de achterblijvenden, op het spel staat.