Overweging van Hans Hamers o.p.

Jesaja 42,1-4, 6-7; en Matteus 3, 13-17.

DOOP VAN DE HEER.

De meeste mensen zoeken altijd wel op een of andere manier naar een beter leven, een goed leven, met liefde, rechtvaardigheid, vrijheid en veiligheid fysiek en psychisch. We wensen dat elkaar ook aan het begin van een nieuw jaar toe, of bij het begin van een nieuw levensjaar. Dat streven naar een goed leven doet men op zijn eigen manier. Er worden heel wat magazines, boeken en tv-programma’s mee gevuld. Één drijfveer om daarover te lezen, tv te kijken is wel dat mensen nu eenmaal streven naar een goed en gelukkig leven, maar zeker ook de ervaring dat er heel wat omstandigheden zijn die dat streven ernstig in de wielen rijden, zoals ongeremd eigenbelang en winstbejag, doorschietende concurrentie, individualisering. Kortom, de ervaring van een leefwereld waarin het geknakte riet wordt gebroken en de kwijnende vlaspit wordt gedoofd. Wij christenen hebben deze wereld in belangrijke mate zo gevormd en zijn er deel van, en doen er evenzo hartstochtelijk in mee, ons streven naar het goede leven, en juist ook tegenwerkend.

Overweging van Kees Scheffers.

Jeremia 31, 15-17 en 23-26; en Mattheus 2, 12-23.

Thema: Dromen en Visioenen.

Beste mensen, Om nu al vast te horen waar mijn overweging, mijn meditatie heen gaat, geef ik u nu al vast de laatste zin:  

'Als God duizend maal geboren wordt in het kind van Bethlehem, maar niet in ons eigen hart, wat heeft het dan voor zin gehad ?? '.

Als je naar het Evangelie luistert, dan schrik je toch heel erg van die kindermoord in Bethlehem. 

De adem wordt je benomen als je dit hoort.  Nauwelijks is de redder van de wereld geboren of er loert een tiran, een dictator, die er op uit is de pasgeborene te doden;    uit vrees voor zijn eigen troon.  

Het gevolg is vervolging, dood, vlucht, en eenzaamheid.  Iets wat natuurlijk ook nu, terwijl we Kerstmis vieren heel actueel is: oorlog, tirannie, honger, geweld tegen onschuldige mensen.

Volgens het verhaal denkt Mattheus bij  die verschrikkingen van de kindermoord aan :  de Babylonische ballingschap. Daartoe citeert hij Jesaja, het visioen, dat wij hoorden  in de eerste lezing.  Het roept voor hem herinneringen op aan Rama   en aan Rachel. 

Overweging van Hans Hamers o.p.

Jesaja 9, 1-3, 5-6; Lucas 2, 1-14.

Zojuist hebben we geluisterd naar het klein kerstoratorium van Oosterhuis en Oomen. Daarin zijn teksten (vrij naar) van de profeet Jesaja, de evangelisten Johannes en Lucas te horen. Lucas vertelt het verhaal van de geboorte van Jezus. (“In die dagen werd een bevel uitgevaardigd….”), met Johannes wordt gezegd wat de betekenis is van Jezus aanwezigheid hier op aarde (“In den beginne was het Woord,…”) waarbij het Woord staat voor Jezus. En de profeet Jesaja spreekt over wat er moet gaan komen. Er wordt bij Jesaja, honderden jaren vóór Jezus geboorte, een visioen ontvouwd,; dat er vrede en gerechtigheid zal zijn, zwaarden worden omgesmeed tot ploegen, de panter naast het bokje ligt en het kind steekt zijn hand in het nest van de slang. Niets zal het kind deren. Er wordt een beeld opgeroepen van een toestand, dat eens ja … eens zal alles weer goed zijn en dat het glorierijke Israël weer hersteld zal worden. En dat zal worden bewerkstelligd door een van God gezonden nieuwe koning, een Messias, die in de moederschoot al geroepen is. Wij lezen dit nu met Kerst. Als wij dat nu horen dan kan het haast niet anders dat die woorden van Jesaja naar Jezus wijzen, zíjn komst verkondigen. In de tijd van Jesaja werd uitgezien naar een nieuwe koning die het volk Israël weer glorierijk zou maken. 

Overweging van Jan van der Wal.

Jeseja 35, 1-6a, 10; en Matteus 11, 2-11.

Thema voor de advent: "EEN STEM DIE ROEPT IN DEZE TIJD".

Thema voor deze derde advent viering: "Hoorders van het Woord".

Overkomt u dat ook wel eens? Dat u met mensen in gesprek bent, uw familie, uw kinderen of kleinkinderen, goede vrienden misschien, en zij u vertellen dat zij daar en daar geweest zijn, of dat en dat gedaan hebben. En dat u dan bij u zelf denkt: tja, wat moet je daar nu doen, of, wat is daar nu aan…. Ik kan mijn tijd wel beter besteden. Zo ongeveer moet ook Jezus tegen de verzamelde menigte hebben aangekeken en hen de vraag hebben gesteld, waarom ze nu de woestijn in zijn getrokken. 

Het is echter een retorische vraag. Jezus weet heel goed waarom zij de woestijn in trokken. De grote aantrekkingskracht van Johannes, zijn leermeester, maakte het immers mogelijk dat Jezus nu voort kan bouwen op diens onderricht. Geen rijkdom, dure kleding noch een onbedorven natuur was het doel: zij wilden een mens ontmoeten die hun in alle eenvoud een boodschap heeft gebracht. 

Overweging van Wim Rigters.

Rom. 13, 11-14; en Matt. 24, 37-44.

Thema voor de advent.   "EEN STEM DIE ROEPT IN DEZE TIJD".

Thema voor deze viering: .... dat wij weer toekost zien ...

Geen Jesaia als eerste lezing zoals gebruikelijk in de Advent; nee, we zullen ‘m zingen op het eind – als profetie, toekomstvisioen, om mee naar huis te nemen: “in de laatste dagen zal het zijn; wij gaan naar Sion, waar de wijsheid woont; daar weten ze de route naar de vrede, daar is een nieuwe wereld neergedaald . . .  en niemand vreest nog voor een nieuwe aarde . . .”

“In ’t laatste van de dagen”, toekomst: ‘weer toekomst zien’.

De tweede lezing in de liturgie van deze eerste Adventszondag blijft dichter bij huis: Paulus aan de christenen van Rome in hun tijd: “nu ge weet van het tijdsgewricht” hoorden we de Naardense Bijbel zeggen; “U kent de huidige tijd” klinkt het in de Nieuwe Bijbelvertaling. We kennen het tijdsgewricht waarin wij nu leven.

Overweging van Hans Hamers o.p.

Colossenzen 1, 12-20; en Luk 23:35-43.

Thema: Christus, Koning van het heelal. 

Vandaag het feest van Christus, Koning van het Heelal. Dat zijn geen kleine woorden. Het is ingesteld door de paus in 1925. Vooral als reactie op het toenemend atheïsme en secularisering en om het soevereine gezag van Christus te benadrukken dat veel groter is dan deze wereld. Daarom, Koning van het Heelal, groter kun je het niet maken. En toch, wij weten ook wel dat het om een heel ander koningschap van Christus gaat dan wat koningen, presidenten en politieke leiders plegen te doen.

De timing van dit feest is ook wel mooi. Als laatste zondag van het kerkelijk jaar, in een grand finale wordt Christus als Koning geportretteerd. Volgende week beginnen we weer heel klein, in afwachting van de komst van het Jezus-kind. We zullen dan weer met alle feestdagen de cyclus van Jezus leven nabeleven. Vandaag het koningschap van Christus. Wat zeggen de schiftteksten van vandaag hierover?

Overweging van Ineke van Cuijk o.p.

2 Makk. 7, 1-2 + 9-14  Lucas 20, 27-38

Thema: .... bewarend, liefde tot het 1000e geslacht ......                                                            

Vandaag krijgen wij in de lezingen verschrikkelijke verhalen te horen. In de eerste lezing worden zeven broers gefolterd en gepijnigd ter wille van hun geloof. In het Evangelie komen Sadduceeën bij Jezus met een strikvraag over zeven broers die sterven en een weduwe achterlaten zonder bij haar een kind te verwekken. Beide verhalen zijn gruwelijk te noemen. Verhalen over dood, martelingen en onvruchtbaarheid. 

Het verhaal uit Makkabeeën speelde zich af in de eerste eeuw voor Christus; een tijd van onderdrukking en geweld. Het verhaalt de gebeurtenissen uit de tijd van de Makkabese opstand tegen koning Antiochus die het jodendom wilde uitroeien, een wreed man. De Joodse bevolking wilde geen gehoor wilde geven aan de bevelen en het bewind van de vijand. Zij kregen vreselijke onderdrukking te verduren. De details die wel vermeld staan in de Bijbel zijn in de voorschriften voor de zondagsliturgie weggelaten. Het liegt er niet om. Trouw zijn aan de wet van Mozes betekent o.a. geen varkensvlees eten. Dat is in de ogen van de Joden ook een identiteit geworden. Deze broers weigeren dat met een beroep op een leven na de dood. ‘de Koning der wereld zal ons, die voor zijn wetten sterven, laten opstaan tot eeuwig leven’.