Overweging van René Klaassen.

Sirach 3, 17-18. 20. 28-29; en Mat. 20.

Thema: "Aan het werk".

… Aan het werk … staat er als thema op de voorpagina van de viering. En dat kun je op verschillende manieren opvatten. Het is een opdracht? Maar wat voor een? Hebben we tot hier toe niets zitten doen en moten we vanaf de grond opnieuw … aan het werk …? Nee het eerder een stimulans aan elkaar. 

De één woont al meer dan 60 jaar in de buurt van deze kerk en is al die tijd al … aan het werk … en die hoeven we alleen maar te laten weten waar en wanneer het werk weer verder gaat en dan kunnen we door vanaf het punt waar we gebleven waren.

En de ander, die komt nog niet zo lang hier en is nog nieuwsgierig en leergierig naar het werk dat hier wekelijks en dagelijks aan de winkel is. Wellicht is er bij die mensen nog twijfel of ze mee aan het werk willen en wachten ze nog even af tot het derde, het zesde of het negende uur. Over beloning nog maar heel even niet gesproken …. 

Overweging van Wim Rigters.

Hebreeën 11,1-2.8-12.  Lucas 12, 32-28.40-42.

“Heer, vertelt U deze gelijkenis met het oog op ons of voor iedereen”, vroeg Petrus.

En Jezus: “Ja, wie zou die trouwe verstandige beheerder zijn?” Geen echt antwoord, vind ik.

Vanuit het oogpunt van degenen die de lezingencyclus hebben samengesteld zou je kunnen denken dat de eerste lezing het antwoord is. We lazen slechts een fragment uit het 11ehoofdstuk van de Hebreeënbrief, het hele hoofdstuk is een lange opsomming van geloofs-helden: te beginnen met Abel worden genoemd: Henoch, Noach, Abraham, Sara, Isaak, Mozes, Rachab, “en” – vervolgt de tekst – “wat moet ik nog meer noemen? De tijd ontbreekt om te verhalen van Gideon, Barak, Simson en Jefta, van David en Samuël en de profeten. Door het geloof hebben zij koninkrijken omvergeworpen, gerechtighei beoefend; zij hebben leeuwen de muil gesloten, de gloed van vuur gedoofd, ze zijn ontsnapt aan het scherp van het zwaard”. . . .  Maar ook staat er over hen: Noach had een drankprobleem; Sara was extreeem jaloers; Jakob bedroog zijn vader; Mozes was een moordenaar; Rachab was een hoer en David has seks met de vrouw van een ander . . . zó perfect waren ze ook weer niet! “En” - zo eindigt dit hoofdstuk – “toch heeft geen van hen de belofte in vervulling zien gaan”.

Overweging van Hans Hamers o.p.

Pred. 1,2;2,21-23, en Lucas ,12, 13-21.

De lezingen van vandaag brengen mij een patiënt bij wie ik jaren geleden in ziekenhuis aan het bed zat, als geestelijk verzorger/pastor. De man was heel erg ziek geworden, en zou zeker niet meer zijn oude leven kunnen oppakken. Hij was een succesvol ondernemer en was daar ook heel trots op, ook op de boot die had kunnen kopen en waarvan hij altijd heel erg had genoten met zijn gezin. Maar nu, alles stond op zijn kop, zijn hele zorgvuldig opgebouwde leven bleek vergankelijk. Hij wist niet hoe verder te gaan als hij ontslagen zou zijn uit het ziekenhuis. Hij heeft me heel wat verteld, en ik herinner me goed dat hij zocht naar wat hij nu moest gaan doen, wat ie zou kunnen doen. Daar wist hij geen raad me. Zijn met zijn zin gevulde leven was weg. Ik kom straks terug op deze patiënt. 

Overweging van Hans Siemerink.

Gen. 18, 20-32, en Lucas 11, 1-13.

U kent het verhaal. Nu ja, verhaal. Centraal staat vandaag niet zozeer een verhaal, maar het gebed, of beter: “bidden”. En dan toch vooral het smekend bidden, het vragen. Heel veel jaren geleden ondertussen heb ik een proefschrift geschreven over het gebed, Of, iets preciezer: over de vorming tot het gebed. En heb toen  zes vormen of soorten van gebed onderscheiden: de klacht, de aanklacht, het smeken, het dankgebed, het gebed van aanbidding en de lofprijzing. Met alle zes vormen van het gebed heb ik best wel enige affiniteit, maar met het smeekgebed eigenlijk het minste. Toen niet. Maar op t’ ogenblik wellicht iets meer! Maar het blijft bij mij schuren. En vandaag gaat het toch vooral om het vraaggebed.

U kent allen wellicht het begrip ‘magie’  In het magisch handelen van de mens tracht hij God, of de goden, naar zijn hand te zetten. Tot iets te dwingen. Te manipuleren. “Als u mijn gebed verhoort, zal ik daar iets tegenover stellen”. Maar als u mijn gebed niet verhoort…. Dan zwaait er wat. En het is duidelijk dat het vraaggebed het gevaar loopt God te willen dwingen. Maar dat is natuurlijk niet per se de enig noodzakelijke vorm.

Overweging van René Klaassen.

Deuteronomium 30, 10 – 14; en Lucas 10 ; 25 – 37.

Thema: God zet zelf de route uit ....

In de eerste boeken van onze bijbel, de eerste vijf om precies te zijn, bemoeit God, de Eeuwige zich voortdurend rechtstreeks met mensen. Deuteronomium ademt de sfeer van : “Hoort hoe God met mensen omgaat !! Met Eva en Adam en hun kinderen, met Noach en zijn familie, met Abraham, met Mozes. In de tien plagen over Egypte, de doortocht door de Rode Zee en in de 40 jaar in de woestijn. We kennen wellicht de details. De lezing van vandaag is het eindpunt van die lange reeks van rechtstreekse bemoeienis. In de lezing van vandaag horen we over een opdracht aan het Joodse Volk. God zet de route uit naar hoe ze verder moeten met hun geschiedenis.

Overweging van Willem Pelser.

Jes. 66, 10-14c; Luc. 10, 1-12.17-20

Thema: Jezus zet de route uit.

Jesaja en Lucas, een profeet en een evangelist. Beiden hebben Jezus niet gekend: de eerste leefde ruim 500 jaar vóór Christus tijdens de Babylonische ballingschap. De ander schreef zijn evangelie zo'n 85 jaar na Christus. Toch schreven beiden over het Rijk Gods, hoewel dat – zeker in de eerste lezing van vandaag - niet zo heel duidelijk is.

Het beeld van  een kind aan de moederborst raakt waarschijnlijk bij ieder van ons wel aan een diep verlangen naar veiligheid, warmte en liefde. Toch gaat dat in tegen de wereld van volwassenen: zelfstandigheid, actief en creatief. Die tijd van de moederborst hebben we allang achter ons gelaten.

Overweging van Wim Rigters.

 1 Koningen 19, 16b. 19-21; Lucas 9,51-62.

Thema: Op koers blijven.

 “Maar het geschiedt als de dagen van zijn opneming in vervulling gaan dat hij zijn aanschijn strak erop richt om naar Jeruzalem te trekken en voor zijn aanschijn aankondigers uitzendt”. Zo begint de Naardense Bijbel de evangelielezing van vandaag. 

Als commentaar staat erbij: In Lucas 9,51 begint deel twee van het Lucasevangelie, waarin Jezus via allerlei omzwervingen op Jeruzalem aantrekt, alwaar hij zijn Passie en Pasen zal vinden. Deze eerste regel vat alles wat komen gaat zó samen: als vervuld gaan worden de dagen van zijn “opneming” (kruisverheffing / opstanding / hemelvaart) – richt Jezus zijn “aangezicht” strak op Jeruzalem. De Willibrord-vertaling – onze lezing vandaag - wil het uitleggen: Jezus koos “vastberaden” Jeruzalem als reisdoel. Maar daarmee verdwijnt dat belangrijke woord aanschijnuit beeld.