FEEST IN EEN DONKERE TIJD.

 

Derde Woord ter bemoediging

Beste broeders en zusters,

Velen van u zullen het met mij eens zijn dat onze tijd lastig en duister is. De coronacijfers zijn hoog en de samenleving is voor een deel weer tot stilstand gekomen. Steeds luider klinken opnieuw de zorgelijke verhalen uit onze ziekenhuizen en verzorgingshuizen. Niet weinig mensen voelen zich eenzaam en de economische gevolgen van de coronapandemie geven bij velen een gevoel van bestaansonzekerheid.

Giftige sfeer
Het lijkt een algemene tendens dat in Kerk en wereld de lontjes korter worden en de spanningen groter. In deze dagen horen wij voortdurend over de giftige sfeer binnen de Verenigde Staten. Ik maak mij grote zorgen over de toenemende spanningen, ook in ons goede vaderland. Iemand met een andere visie wordt te snel gezien als een vijand.
Ik noem ook de polarisatie rond het beleid van onze paus Franciscus. Allerlei katholieke sites waar de paus bij voorbaat met wantrouwen tegemoet wordt getreden. Deze ontwikkelingen ondermijnen de onderlinge gemeenschap en de verbondenheid met de paus als de huidige Petrus in ons midden.
Saamhorigheid en onderlinge verbondenheid staan onder druk. Op sociale media, helaas ook christelijke media, krijgt haat steeds meer ruimte. Vaak zijn mensen niet meer bereid om te argumenteren maar wordt er alleen hard en onbarmhartig gescholden. Persoonlijke beledigingen zijn steeds meer in de mode gekomen.

Bruggen bouwen
Tijdens de viering van Allerheiligen op 1 november lazen wij uit de Bergrede de zaligsprekingen. Ik vierde de Eucharistie in de kathedraal en tijdens de preek heb ik twee van die zaligsprekingen naar voren gehaald: zalig de zachtmoedigen en zalig de vredestichters. Veel mensen hebben hun gemoed verhard en zijn niet meer bereid om in de schoenen van een ander te gaan staan. Het gevolg is verbaal en helaas ook steeds meer fysiek geweld. De recente terreur in Frankrijk en Oostenrijk vormt daar een verdrietig voorbeeld van. Of denken wij aan de bedreiging van docenten in ons eigen land.
Juist volgelingen van Christus zijn geroepen om zich steeds opnieuw te bekeren. Alle hardheid achter ons te laten en zachtmoedige mensen te zijn. In onze dagen hebben wij ook behoefte aan vredestichters. Geen bruggen tussen mensen opblazen maar bruggen bouwen. In het besef dat God alle mensen een unieke waardigheid heeft verleend. In kracht van Gods Geest zijn wij geroepen de vrede van Christus concreet zichtbaar te maken in de omgang met elkaar.

Diakenwijdingen
Gelukkig zijn er in deze lastige en donkere tijd toch ook momenten dat wij feest kunnen vieren. Voor mij persoonlijk en voor het gehele bisdom was dat afgelopen zaterdag. Tijdens een feestelijke viering van de heilige Willibrord, patroon van onze Nederlandse kerkprovincie, mocht ik vier permanente diakens en twee diakens op weg naar het priesterschap wijden. Door de coronacrisis kon de kathedraal maar 30 mensen toelaten maar gelukkig bood de perfecte livestream in de Sint Jan uitkomst. Enkele duizenden gelovigen konden zo met ons verbonden zijn en waren getuigen van de wijding. Met een dankbaar gevoel denk ik terug aan de wijdingsplechtigheid die, ondanks alle coronabeperkingen, waardig en feestelijk is verlopen.

Dienend geloven
Diakens en priesters hebben binnen onze Kerk een eigen opdracht. Zij staan niet boven maar tussen de andere gelovigen. In het voetspoor van Christus willen zij niet gediend worden maar zelf dienen. Onze gewijde broeders zijn er voor de verkondiging van het Woord, de bediening van de sacramenten en het onderling dienstbetoon. Zo kunnen zij een belangrijke bijdrage leveren aan het leven van parochies en onze geloofsgemeenschappen maken tot, met de woorden van paus Franciscus in zijn recente encycliek Fratelli Tutti, een echte broeder- en zusterschap.

Missionair elan
De heilige Willibrord landde in 690 met andere monniken op onze kust. Hij kwam als een vreugdebode om te vertellen over Gods mensenliefde. Als missionaris heeft hij de persoon en het Evangelie van Christus in onze streken bekend gemaakt. Hij trok rond en verkondigde Gods onvoorwaardelijke liefde in Christus. Willibrord was allereerst herder. Hij besefte met open handen te moeten leven. Als geestelijke bedelaar had hij bij Christus voedsel ten leven gevonden.
Onze zes nieuwe diakens zijn geroepen om ook zelf missionaris te zijn. Alleen op de winkel passen is geen toekomstbestendige optie. Het gaat erom creatief nieuwe wegen te vinden om mensen van vandaag te bereiken met het Evangelie. Onze nieuwe diakens kunnen nieuwe wegen inslaan om vooral ook jonge mensen te bereiken. Wij weten dat onze cultuur helaas in menig opzicht de missionaire opdracht eerder blokkeert dan stimuleert. Voor veel tijdgenoten is de hemel immers verdwenen. Maar als vrienden van Christus kunnen en mogen wij niet moedeloos zijn. Misschien af en toe wel vermoeid. Maar dan is het tijd om te rusten om daarna weer te zaaien en het vertrouwen dat God zelf zal zorgen voor de oogst. Steeds weer mogen wij de netten uitgooien. Gods Geest werkt ook vandaag.

Biddend begeleiden
Door de coronacrisis was een massale viering in de kathedraal niet mogelijk maar wij kunnen onze nieuwe wijdelingen wel massaal met ons gebed ondersteunen. Ikzelf ben dankbaar voor alle gelovigen die voor mij als bisschop bidden. Het is bijzonder bemoedigend te weten dat mensen mijn pastorale opdracht biddend begeleiden. Een en ander geldt natuurlijk ook voor de zes nieuwe diakens. Ook in deze lastige en onzekere tijd richten wij onze ogen op de Heer van de toekomst. Tijdens de wijdingsplechtigheid lazen wij de indrukwekkende woorden uit de Hebreeënbrief: Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. Zoals Willibrord missionair in het leven stond en het geloof van zijn doopsel gestalte gaf, zo mogen wij dat allemaal doen. Onze priesters en diakens, juist ook de wijdelingen van afgelopen zaterdag, hebben een bijzondere taak om anderen gelovig te inspireren.

Met de woorden van Willibrord mogen wij elkaar in de naam van God geluk wensen: in nomine Dei feliciter.

Mgr. dr. Gerard de Korte

Bisschop van ’s-Hertogenbosch.

9 november 2020.