Skip to main content

Woordje van de kapelaan

Het leven buiten de muren

Nadat de priester iedereen heeft begroet en een kruisteken heeft gemaakt, volgt een boeteritus. Als we terugkijken in de Bijbel, dan zien we in Exodus dat het Joodse volk uit Egypte moet komen om een offer te brengen. Ze moeten bijeen komen om liturgie te vieren volgens de regels van hun God. Over die regels kun je niet onderhandelen. De Israëlieten worden gevraagd om met zijn allen en met alles wat ze hebben God te gaan eren. Ze hebben niet de luxe om een zondagochtend in de kerk te verschijnen en God de rest van de week te negeren.

Op een soortgelijke manier wil God dat ook wij ons hele leven met Hem delen. We realiseren ons dus dat dit uurtje eucharistie niet losstaat van alles wat we de rest van de week hebben gedaan. Zoals een scholier die voor een examen het lokaal inloopt en zich bedenkt dat hij eigenlijk best nog wel wat uurtjes vrij had om te studeren, zo staan wij op het punt om God heel innig te ontmoeten en realiseren we ons dat we dat in de afgelopen week niet altijd hebben gedaan. Dus vragen we eerst vergeving aan Hem, maar ook aan elkaar, omdat we samen de keuze maken om er hier en nu in elk geval volledig voor Hem te zijn. Heer ontferm u over ons, Christus ontferm u over ons.

Kapelaan Nick Kersten, 12 april 2026

 

Dit is de zondag

Christenen van alle tradities komen al sinds mensenheugenis samen op de zondag. We zijn dat als zo vanzelfsprekend gaan zien dat we vergeten hoe revolutionair dit was. De Joden kennen de sabbat, de zaterdag, als heilige dag. Het hele religieuze leven was gefocust op deze dag. De hele week bereid je je voor op die ene dag, de dag waarop God zelf ruste. In het Oude Testament wordt er voortdurend op gehamerd: houd je aan  de sabbat!

Maar wij, wij vieren op zondag. Daar moet dan wel iets aan ten grondslag liggen dat nog groter is dan de schepping van de wereld. Dat is ook zo. God werd mens, hij liep onder ons, en toen wij hem voor de zoveelste keer afwezen, beloonde hij ons door de dood te overwinnen. De zondag verwijst niet alleen naar de schepping, maar ook naar de reden van de schepping: God die ons liefheeft. Het verwijst naar God die naar ons toe komt en de dood die overwonnen is. Het verwijst naar Pasen.

Het feit dat door Pasen de dag des Heren van de zaterdag naar de zondag is verplaatst, wil zeggen dat het mysterie van Pasen net zo groot en belangrijk is, misschien nog wel groter en belangrijker, dan de schepping zelf. Dat is het vieren waard.

Kapelaan Nick Kersten, 5 april 2026

 

Palmprocessie

Palmpasen is altijd de aftrap van de Goede Week en wat voor een aftrap. We hebben niet alleen een passieverhaal als evangelie, maar ook de Palmpasenprocessie. Die processie is op zichzelf al indrukwekkend. We verzamelen ons als Gods volk buiten de kerk. Het is een van de weinige keren dat we niet in de kerk zelf beginnen, maar samen gaan binnenkomen. Zo ontstaat daar op straat een grote groep gelovigen. Hangjeugd, maar dan hangjeugd die wacht tot de celebrant verschijnt. Het is een getuigenis: Gods volk is hier verzameld. Wij zijn één.

Dan begint die processie met palmtakjes. Het is zondagochtend, dus de meeste mensen zullen nog liggen te slapen. Toch kun je mensen stiekem zien kijken. Misschien zijn ze verward, misschien zijn ze nieuwsgierig. Die processie is een getuigenis. Het laat zien dat het geloof niet alleen achter de voordeur of achter de kerkdeuren een plek heeft, maar ook op straat. Het geloof hoort ook in het dagelijks leven. De processie is een uitnodiging aan iedereen om zich aan te sluiten en achter Jezus aan te gaan.

Gezamenlijk trekken we dan de kerk in. Hier is het te doen. Wij zijn Gods volk dat verzameld is en dat kerkgebouw, dat is het hemelse Jeruzalem. Een voor een stappen we de drempel van het geloof over om thuis te komen in ons vertrouwde gebouw. Een voor een stappen we de drempel van de kerk over om thuis te komen bij God. Stiekem hopen we dan dat er iemand in de processie is aangesloten en nu ook het hemels Jeruzalem binnenstapt.

Kapelaan Nick Kersten, 28 maart 2026

 

Wierook

Nadat het altaar is begroet met een kus, wordt het bewierookt. De bewieroking van het altaar maakt de mis plechtiger en stimuleert onze zintuigen. We ruiken de rook die we zien op kringelen naar de hemel. Het is een geurig reukoffer dat we aan God brengen. Geurige rook waaraan onze gebeden als het ware vastgeplakt zitten, zodat ze makkelijker kunnen opstijgen naar de hemel. 

Het brengt ons ook in de stemming. Elke zondag is namelijk een feest. Wieroken bevestigt die feestelijkheid en plechtigheid. Het haalt ons uit het normale doen en schept een mystiek sfeertje. Dit doe je thuis niet voor het eten. (Als jullie dat ene huishouden zijn waar een wierookvat verschijnt voor het avondeten: ik sta open voor een uitnodiging.)

Wieroken is nooit noodzakelijk voor de geldigheid van een mis. Hoe graag misdienaars ook slingeren met het vurige vat, het is technisch gezien niet noodzakelijk. Maar juist omdat het niet noodzakelijk is, is het hard nodig. Het verheft ons en maakt onze geesten rijp voor de bovennatuurlijke ontmoeting die we nu hebben. Het activeert al onze zintuigen om ons duidelijk te maken dat wat hier gebeurt het alledaagse overstijgt. 

Kapelaan Nick Kersten21 maart 2026

 

Een kleurrijke bedoeling

Het is weer die zondag van het jaar dat ik mag gaan uitleggen waarom we roze dragen. Maar nu we toch bezig zijn om te kijken naar wat we doen in de liturgie, zal ik dat excuus meteen aangrijpen om iets te zeggen over liturgische kleuren. Want ja, roze valt op en heeft een reden, maar er zijn meer liturgische kleuren met allemaal hun eigen reden en achtergrond. 

Dat we kazuifels in verschillende kleuren hebben, is een ontwikkeling van de laatste duizend jaar. Daarvoor hing de keuze van de kazuifel af van hoe kostbaar de kazuifel was en hoe belangrijk het feest was. Maar laten we eerlijk zijn: de meeste vrouwen kunnen je vertellen dat het een slecht idee is om mannen zelf hun garderobe te laten beheren zonder dat een vrouw af en toe (al dan niet subtiele) hints geeft. Dit toevertrouwen aan celibataire mannen is dus gedoemd om te mislukken.

Toen de Kerk in de middeleeuwen meer gevoel kreeg voor symboliek, is ze meer symbolische kleurcodes gaan gebruiken. Wit voor feesten, rood als we martelaren of de Heilige Geest vieren, paars voor rouw en boete, groen voor de tijd door het jaar. We mogen roze natuurlijk niet vergeten: het markeert het kantelpunt in de Advent en Veertigdagentijd. Het laat zien dat we op de helft zijn.

Door die kleurcodes weten we meteen waar we staan, wat we vieren en wat we kunnen verwachten. Het herinnert ons aan waar we staan in het kerkelijk jaar, wat we vieren of waar we ons op voorbereiden.

Kapelaan Nick Kersten, 13 maart 2026

 

Altaarkus

De vorige keer heb ik gezegd dat het altaar het centrum vormt waar rondom de mis zich afspeelt. Het is het symbool van Jezus die zichzelf heeft geofferd voor ons en Jezus die weer onder ons aanwezig komt. Als de priesters en diakens bij het altaar komen, kunnen ze het dus niet negeren: ze begroeten het altaar met een kus. We mogen niet vergeten dat het een begroeting is, omdat we door de mis Jezus is waardevol, omdat het iets uitdrukt. Je vrouw kussen heeft veel waarde, maar een boom kussen, is gewoon een beetje raar.

We zijn tegenwoordig niet meer zo gewend dat er wordt gekust, maar de mis is ouder dan wij zijn en overstijgt ook onze cultuur. Het kussen van het altaar als begroeting is een traditie die we hebben overgenomen van de vroege kerk. Zo vieren we nog steeds op de manier waarop onze voorouders dat ook deden.

In de mis wordt trouwens wat afgekust. Niet alleen het altaar gekust als groet en afscheid, maar ontmoeten en het altaar dus onderdeel is van die ontmoeting met God. De kus

ook alles en iedereen die symbool staan voor Jezus. We kussen ook het evangelieboek, want we ontmoeten Jezus in het woord. We kussen elkaar bij de vredeswens, oké tegenwoordig geven we elkaar meestal een hand, want we zijn als gedoopten onderdeel van het lichaam van Christus. 

Kapelaan Nick Kersten, 8 maart 2026

 

Een stevig middelpunt

Wanneer onze processie aankomt aan de voet van het altaar, dan zien we meteen dat het altaar het middelpunt is. Het altaar vraagt om je aandacht. Het is groot, zwaar, van mooie steen gemaakt en versierd. Het is geen tafel die je aan de kant kunt schuiven of voor iets anders kunt gebruiken. Nee, tijdens heel de mis verwijst het altaar naar wat er is gebeurd: Jezus die zichzelf voor ons opofferde en verrees uit de dood. Het verwijst ook  naar wat komen gaat: dezelfde Jezus die zichzelf in de hostie en de wijn opnieuw geeft aan ons.

Maar zo ver zijn we nog niet. De processie komt net aan bij de voet van het altaar. De misdienaars knielen of buigen. De celebranten, een net woord voor priesters die de mis vieren, doen dat ook. Wanneer je goed oplet, doet eigenlijk iedereen in de mis dat. De lectoren? Zij buigen voor het altaar. De cantor van de tussenpsalm? Die buigt. De collectanten? Ook zij buigen. Iedereen buigt voor het altaar dat in ons midden is. Dat doen we niet omdat het zo’n mooi ding is. De preekstoel is ook heel mooi, maar ik heb nog niemand zien buigen naar de preekstoel. Nee, we brengen steeds een eerbetoon aan het altaar, omdat het als verwijzing naar het offer van Christus het centrum van onze liturgie vormt.

Kapelaan Nick Kersten, 1 maart 2026

 

Komt allen tezamen

Nee, het is geen Kerstmis, dat weet ik. Toch komen we allen tezamen, is het niet? Elke eucharistieviering is een samenkomst van gelovigen die samenkomen om te vieren. Als de gong slaat en het koor begint te zingen, is dat dus geen opvulling van tijd. We zijn al begonnen. Iedereen in de kerk staat, omdat we staan uit eerbied voor Hem die we willen eren, omdat staan een gebedshouding is, omdat staan laat zien dat we letterlijk klaarstaan als het lichaam van Christus dat is samengekomen.

Tussen dat lichaam van Christus dat samen is gekomen, bewegen zich dan de misdienaars, diakens en priesters. Wierook loopt voorop. Wierook betekent letterlijk “heilige rook”, dus wat we gaan doen moet wel heilig zijn. Daar lopen ze dan, in processie. Misdienaars, uniform in dezelfde witte alben, niet omdat de huidige mode van de jeugd onbegrijpelijk is, maar als symbool van het doopsel. Ze dragen het kruis, het symbool van Christus. Een teken dat we Christus gaan ontmoeten in Zijn offer. 

Als er een diaken is draagt hij het Evangelieboek mee, omdat we in het verkondigde woord van God het Woord van God leren kennen. De priester sluit de processie af. God gaat hem lenen om in persona Christi te handelen. Hij doet niet alsof, God gaat hem gebruiken als instrument, als gereedschap om de aanwezigheid van Christus vorm te geven. 

Nog voordat er een voet is gezet op het priesterkoor is meteen duidelijk wat we gaan doen: het volk van God komt samen om God te ontmoeten.

Kapelaan Nick Kersten, 22 februari 2026